20 soorten mensenvoer die je hond mag eten (en hoe je ze geeft)
Van gekookte kip tot bevroren blauwe bessen: dit is het mensenvoer dat voor de meeste honden veilig is, hoe je het klaarmaakt en hoeveel genoeg is.

Dit artikel is algemene informatie en geen diergeneeskundig advies. Lijkt je dier ziek of maak je je zorgen, bel dan je dierenarts.
Veel van wat in je koelkast ligt, kun je prima met je hond delen, zolang je het eenvoudig klaarmaakt en in redelijke hoeveelheden geeft. Gewoon gekookt vlees, een handje blauwe bessen of een lepel pompoen maakt de maaltijd interessanter, rekt een trainingssessie op of helpt een hond die slecht eet weer op gang.
Het zit hem in de bereiding. De meeste problemen met mensenvoer komen door wat wíj eraan toevoegen (boter, zout, ui, knoflook, zoetstoffen) en niet door het eten zelf. Heeft je hond alvleesklierontsteking, een nierziekte, diabetes of een voedselallergie? Vraag dan eerst je dierenarts voordat je iets nieuws toevoegt.
Eiwitten
| Eten | Zo geef je het | Hoeveelheid (indicatie) |
|---|---|---|
| 1. Kip | Gekookt of uit de oven, zonder vel, bot en kruiden, in draadjes getrokken | Ongeveer 1 eetlepel per 5 kg lichaamsgewicht als topper over het voer |
| 2. Kalkoen | Gewoon gebraden of gekookt vlees; geen vel, jus of vleeswaren | Hetzelfde als kip |
| 3. Eieren | Helemaal gaar, als roerei of hardgekookt, zonder boter, olie of zout | Een half ei voor kleine honden, een heel ei voor middelgrote en grote honden, een of twee keer per week |
| 4. Zalm | Helemaal gaar, zonder graten, in stukjes | 1–2 eetlepels voor kleine honden, tot 4 eetlepels voor grote honden |
| 5. Sardines | Uit blik, op water en zonder toegevoegd zout | Een halve tot hele sardine voor kleine honden, een of twee voor grote honden, een of twee keer per week |
Geef nooit rauwe of halfgare zalm of forel. Wilde vis uit het noordwesten van Noord-Amerika kan een parasiet bij zich dragen die ‘salmon poisoning disease’ veroorzaakt, een ziekte die voor honden dodelijk kan zijn. Gerookte zalm is te zout.
Zuivel en smeersels
| Eten | Zo geef je het | Hoeveelheid (indicatie) |
|---|---|---|
| 6. Naturel yoghurt of kefir | Ongezoet en zonder smaakje; over het voer of ingevroren in een speeltje | 1 theelepel (klein) tot 2 eetlepels (groot) |
| 7. Hüttenkäse | Mager en naturel | 1 theelepel (klein) tot 2 eetlepels (groot) |
| 8. Pindakaas | Ongezouten, zonder xylitol; een dun laagje in een speeltje of op een likmat | ¼–½ theelepel (klein), 1 theelepel (middel), 2 theelepels (groot) |
Zuivel is een kwestie van verdragen. Sommige honden kunnen er goed tegen, andere krijgen er winderigheid of dunne ontlasting van. Begin met weinig. Lees bij pindakaas elk etiket, elke keer weer: xylitol (ook wel berkensuiker genoemd) zorgt bij honden voor een gevaarlijke daling van de bloedsuiker.
Groenten
| Eten | Zo geef je het | Hoeveelheid (indicatie) |
|---|---|---|
| 9. Pompoenpuree | 100% pompoen, geen taartvulling met suiker en specerijen | Ongeveer 1 theelepel per 5 kg lichaamsgewicht |
| 10. Zoete aardappel | Gestoomd of uit de oven, zonder toevoegingen, geprakt of in blokjes | 1–2 eetlepels (klein) tot 4 eetlepels (groot) |
| 11. Wortels | Rauw in staafjes of plakjes, of gekookt voor oudere gebitten | Een paar stukjes |
| 12. Sperziebonen | Rauw of gestoomd, zonder zout of boter; uit pot of blik alleen als er ‘zonder toegevoegd zout’ op staat | Een klein handje |
| 13. Komkommer en courgette | Dunne plakjes of halve maantjes, nooit ingelegd zoals augurken | Een paar plakjes |
Groenten zijn een slimme vervanger voor caloriërijke snoepjes als je hond moet afvallen. Snijd alles wat stevig is in stukjes die kleiner zijn dan de keel van je hond, en houd een oogje in het zeil bij honden die schrokken.
Fruit
| Eten | Zo geef je het | Hoeveelheid (indicatie) |
|---|---|---|
| 14. Blauwe bessen | Vers of bevroren | 3–5 (klein) tot 10 (groot) |
| 15. Appel | Dunne partjes zonder klokhuis, steeltje en pitjes | Een paar partjes |
| 16. Banaan | Plakjes, of geprakt op een likmat | 1–2 plakjes (klein) tot een kwart of halve banaan (groot) |
| 17. Watermeloen | Blokjes zonder pitten en zonder schil | Een paar blokjes |
Fruit bevat meer suiker dan groente, dus houd het bij af en toe. Haal altijd pitten, klokhuizen en grote zaden eruit, want daar kan je hond in stikken of zijn darmen mee verstoppen.
Granen
| Eten | Zo geef je het | Hoeveelheid (indicatie) |
|---|---|---|
| 18. Witte rijst | Naturel, gekookt in water | 1–2 eetlepels (klein) tot 4 eetlepels (groot) |
| 19. Havermout | Gewone havervlokken, gekookt in water en afgekoeld | 1–2 eetlepels (klein) tot 4 eetlepels (groot) |
| 20. Quinoa | Goed gespoeld en zonder toevoegingen gekookt | 1–2 eetlepels (klein) tot 4 eetlepels (groot) |
Kip met rijst is een klassiek licht dieet voor een paar dagen na een van streek geraakte maag, maar gebruik het op advies van je dierenarts en maar een paar dagen, want het is geen volledige voeding. Vraag je dierenarts om advies voordat je een hond met diabetes zetmeelrijke extraatjes geeft.
Spiekbriefje voor de hoeveelheden
Als grove richtlijn voor een topper per maaltijd:
- Kleine honden (tot 9 kg): 1 theelepel tot 1 eetlepel
- Middelgrote honden (10–23 kg): 1–2 eetlepels
- Grote honden (23–40 kg): 2–4 eetlepels
- Reuzen (boven 40 kg): 4–8 eetlepels (60–120 ml)
Neem minder van rijk eten zoals pindakaas en kaas, en iets meer van waterrijke groenten. Wat je ook toevoegt: houd alle extraatjes samen onder ongeveer 10% van de dagelijkse calorieën, en geef iets minder voer als je vaak iets deelt.
Zo voeg je mensenvoer veilig toe
- Begin piepklein. Geef één hapje en let 24 uur op hoe je hond reageert.
- Eén nieuw voedingsmiddel tegelijk, zodat je een reactie makkelijk kunt herleiden.
- Houd het puur. Geen zout, suiker, boter, olie, sauzen, ui of knoflook.
- Let op wat er daarna gebeurt. Winderigheid, dunne ontlasting, jeuk of viezigheid in de oren kunnen betekenen dat je hond iets niet goed verdraagt.
Veelgemaakte fouten
Deze etenswaren worden vaak verward met veilige, of glippen binnen via restjes:
- Xylitol, in suikervrije kauwgom, snoep, gebak en sommige notenpasta’s
- Uien, knoflook, prei en bieslook, ook als poeder in bouillon, jus en kruidenmixen
- Druiven, rozijnen, krenten en sultana’s
- Chocolade en cacao
- Macadamianoten
- Alcohol en rauw gistdeeg
- Gekookte botten, die kunnen splinteren
- Vette restjes zoals kalkoenvel, spek en braadvet, die alvleesklierontsteking kunnen uitlokken
Wanneer bel je de dierenarts?
Bel meteen je dierenarts of de dichtstbijzijnde spoedkliniek voor dieren als je hond iets uit de lijst hierboven heeft gegeten. Wacht niet tot er klachten komen.
Neem na een nieuw voedingsmiddel contact op met je dierenarts als braken of diarree langer dan 24 uur aanhoudt, als je hond niet meer eet, pijn in zijn buik lijkt te hebben of ongewoon moe is. Een opgezwollen kop, galbulten of moeite met ademen vragen om spoedeisende hulp.
Veelgestelde vragen
Pindakaas zonder toevoegingen is in kleine hoeveelheden veilig, maar lees altijd het etiket. Sommige merken bevatten xylitol, soms vermeld als berkensuiker, en dat is extreem gevaarlijk voor honden.
De meeste honden mogen af en toe een klein stukje magere kaas zonder kruiden of wat hüttenkäse als snack. Kaas bevat veel vet en lactose, dus sla het over bij honden met een gevoelige maag of een voorgeschiedenis van alvleesklierontsteking.
Knapperige wortels zijn een gezonde snack met weinig calorieën, maar ze vervangen het tandenpoetsen en een gebitsbehandeling bij de dierenarts niet. Snijd ze in staafjes of plakjes om de kans op verslikken te verkleinen.
Alle snoepjes en extraatjes samen, mensenvoer inbegrepen, zouden onder ongeveer 10% van de dagelijkse calorieën van je hond moeten blijven. De rest hoort uit een volledig en uitgebalanceerd hondenvoer te komen.



